Vaktermen

Het Bouwbesluit bevat vaktermen en afkortingen die niet bij iedere bouwprofessional bekend zijn. Om zeker te weten dat u de juiste (product)keuze maakt, vindt u hier een korte beschrijving van veel voorkomende termen.

Brandklassen

De brandklassen die in het Bouwbesluit worden vereist zijn de Europese brandvoortplantingsklasse als bedoeld in NEN-EN 13501-1.
Een brandklasse omschrijft de snelheid waarmee de brand zich voortplant over een materiaal. De Europese klassen lopen van A1 tot en met F, waarbij A1 de hoogste
klassering aangeeft en F de laagste
De brandklasse van een product wordt bijvoorbeeld weergegeven als: B,s1-d0.

Euroklasse           Brandbijdrage
A1                         geen bijdrage aan brand
A2                         nauwelijks bijdrage aan brand
B                           beperkte bijdrage aan brand
C                           gemiddelde bijdrage aan brand
D                           hoge bijdrage aan brand
E                           zeer hoge bijdrage aan brand
F                           onbepaald

Rookvorming
Europese rookklasse zoals bedoeld in NEN-EN 13501-1
Europese klassen s1 t/m s3.
s1                           nauwelijks rookproductie
s2                           gemiddelde rookproductie
s3                           veel rookproductie

Druppelvorming
Brandende of gloeiende hete druppels
d0                           geen brandende delen
d1                           delen branden korter dan 10 seconden
d2                           delen branden langer dan 10 seconden


Brandwerendheid
Deze eis geldt voor  constructies en wordt in het bouwbesluit uitgedrukt in minuten 30-60-90 en 120min, eventueel in combinatie met REI-waarden.

REI-waarden
Beoordelingscriteria om de brandwerendheid te testen, daarbij kan een bouwdeel getest worden op:
R                         stabiliteit
E                         vlamdichtheid
I                           thermische isolatie

Info: materialen en brandveiligheid
 

Hoofddraagconstructie
Tot 2012 werd deze term veel gehanteerd. Het Bouwbesluit 2012 omschrijft wanneer de brandwerendheidseis geldt voor een constructiedeel waarvan het bezwijken leidt tot het voortschrijdend bezwijken van het gebouw of andere brandcompartimenten van het gebouw, het zogenoemde 'kaartenhuiseffect'.

Bij brand moet er worden gekeken naar het effect van bezwijken op het niveau van brandcompartimenten. Een brandcompartiment mag bezwijken, zolang andere brandcompartimenten maar overeind blijven. Is dit niet het geval, dan gelden voor de constructie de hogere brandwerendheidseisen.

Dit betekent dat gebouwen met maar één brandcompartiment – bijvoorbeeld vrijstaande woningen, kleine kantoorgebouwen of hallen – géén hoofddraagconstructie hebben en daarmee ook niet aan de hiervoor geldende (hogere) brandwerendheidseisen hoeven te voldoen. Dit geldt ook voor rijtjeswoningen waarvan het bezwijken van één woning beperkt blijft tot die ene woning.

Brandcompartiment
Een brandcompartiment is bedoeld als maximaal uitbreidingsgebied van brand.
Wat is een brandcompartiment? De definitie van een brandcompartiment luidt: Gedeelte van een of meer bouwwerken bestemd als maximaal uitbreidingsgebied van een brand.

Een brandcompartiment is bedoeld om gedurende een bepaalde tijd, te voorkomen dat de brand zich verder kan uitbreiden dan het brandcompartiment waarin de brand is ontstaan. Binnen deze tijd wordt van de gebruikers van een gebouw verwacht dat zij zichzelf, buiten het compartiment waarin brand is, in veiligheid kunnen stellen.

Van de brandweer wordt aangenomen dat zij binnen deze tijd handelend optreden en voorkomen dat de brand een grotere omvang aanneemt dan de omvang van het compartiment. Om aan deze doelstellingen te voldoen, worden ten aanzien van een brandcompartiment diverse voorschriften gegeven. Onder andere aan de maximale oppervlakte en de scheidingsconstructie van een brandcompartiment.

Voor de meeste gebouwfuncties is:

  • De maximale oppervlakte voor mogelijke branduitbreiding 1.000 m².
  • Voor logiesfuncties is bepaald dat de maximale oppervlakte niet groter mag zijn dan 500 m².
  • Voor een industriefunctie mag het maximale oppervlakte niet groter zijn dan 2.500 m².

Als een gebouwoppervlakte groter is dan deze grenswaarden, dient het gebouw te worden ingedeeld in brandcompartimenten, wanneer men gelijkwaardige oplossingen buiten beschouwing laat.
Op één perceel kunnen verschillende kleine gebouwen samen één brandcompartiment vormen. Een extra beschermde vluchtroute ligt niet in een brandcompartiment, omdat het Bouwbesluit er vanuit gaat dat in een extra beschermde vluchtroute geen brand kan ontstaan.
Ook zijn voorschriften gesteld aan de weerstand die een scheidingsconstructie tussen het brandcompartiment en een andere ruimte biedt met het oog op branddoor- en brandoverslag.

Subbrandcompartiment
Een subbrandcompartiment, of ook wel rookcompartiment genoemd, is een gedeelte van een bouwwerk dat binnen de begrenzing van een brandcompartiment ligt of daarmee samenvalt. Deze is bestemd voor beperking van verspreiding van rook of verdere beperking van het uitbreidingsgebied van brand. Bij een brand zijn de personen die zich in een subbrandcompartiment bevinden gedurende enige tijd beschermd tegen brand en rook wanneer de brand elders in het brandcompartiment ontstaat. Ook heeft de indeling in subbrandcompartimenten tot doel om veilig en zonder hinder uit het brandcompartiment te kunnen vluchten naar een veilige plaats.
 
In het algemeen geldt dat een subbrandcompartiment het maximale uitbreidingsgebied van brand én rook is en bij brand voldoende lang in stand blijft om het gebouw zelfstandig of met hulp van derden te kunnen ontvluchten. Dit vluchten gebeurt door andere ruimten dan de ruimte waarin de brand is ontstaan. Er worden dan ook eisen gesteld aan de kwaliteit van de scheiding tussen een subbrandcompartiment en de omliggende (besloten) ruimten. Om te waarborgen dat personen op tijd uit de ruimte kunnen komen, wordt ook een eis gesteld aan de maximale loopafstand binnen een subbrandcompartiment.


De maximale loopafstand voor de vluchtroute vanaf het rookcompartiment en de grootte van het rookcompartiment zijn afhankelijk van een aantal factoren:

  • De gebruiksfunctie
  • De bezettingsgraadklasse
  • De vorm en grootte van het gebouw

Tussen de rookcompartimenten onderling geldt een minimale WRD-eis (Weerstand tegen RookDoorgang) van 30 minuten.

Eisen brandwerendheid 'hoofd'draagconstructies
De eisen voor de brandwerendheid van draagconstructies in gebouwen zijn afhankelijk van gebruiksfunctie en gebouwhoogte.
Voor kantoren en andere ‘niet-slaapgebouwen’ (bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen, scholen en winkels) liggen de eisen lager dan voor ‘slaapgebouwen’ (waaronder hotels, ziekenhuizen en gevangenissen).

Hoe hoger het gebouw, hoe hoger de eisen. De eisen gaan steeds met 30 minuten omhoog bij de 5 en 13 m hoogtegrens. Het gaat hierbij om het hoogteverschil (h) tussen de hoogste vloer van een verblijfsgebied van de beschouwde gebruiksfunctie en het aansluitende terrein, doorgaans het maaiveld.

Brandwerendheidseisen overige draagconstructies
Naast eisen voor de hoofddraagconstructie die verband houden met het voortschrijdend bezwijken buiten het brandcompartiment, kunnen er eisen gelden voor de draagconstructie in algemene zin.
Er kunnen eisen worden gesteld voor het instand houden van een beschermde vluchtroute (bij een brand in een ander (sub)brandcompartiment) of voor weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo).
Constructiedelen die hierbij een functie vervullen, moeten doorgaans 30 minuten brandwerend zijn.

Dit aanvullende eisenpakket kan ertoe leiden dat voor lage kantoorgebouwen toch eisen van toepassing zijn, terwijl dat níet zo is voor de draagconstructie in verband met voortschrijdend bezwijken buiten het brandcompartiment. Of dit het geval is, hangt af van de vluchtafstanden, de indeling in brandcompartimenten en de afstand tot de perceelgrens.

In een relatief klein tweelaags kantoorgebouw is het vaak mogelijk te vluchten vanuit elk punt binnen de vereiste afstand van 30 of 45 m, eventueel via noodtrappen. Dan zijn geen beschermde vluchtroutes in het gebouw vereist en is het gehele gebouw één subbrand- (en brand-) compartiment. In het kader van ontvluchting en compartimentering geldt dan géén eis van 30 minuten. Bij grotere tweelaagse gebouwen is dat vaak wel het geval

WBDBO
Weerstand tegen branddoorslag en –overslag (WBDBO) is de kortste tijd die brand nodig heeft om zich van de ene naar de andere ruimte uit te breiden. Het betreft een theoretische waarde die aan het bouwwerk is gekoppeld

Branddoorslag
 – verspreiding van brand via de binnenlucht.
Brandoverslag
 – verspreiding van brand via de buitenlucht.

Voor gevels en wanden van gebouwen kunnen brandwerendheidseisen gelden om branddoorslag en/of brandoverslag te voorkomen. De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) staat voor de kortste tijd (in minuten) dat een brand beperkt blijft tot één ruimte, voordat uitbreiding naar een andere ruimte plaatsvindt. Bij het bepalen van de wbdbo worden alle mogelijke trajecten van branduitbreiding bekeken: brandoverslag, branddoorslag en combinaties daarvan.


 
Brandoverslag is de uitbreiding van brand via de buitenlucht (bijvoorbeeld van het ene gebouw naar het andere, naburige gebouw óf van de ene bouwlaag via gevelopeningen naar de bovengelegen verdieping).

Branddoorslag is branduitbreiding die níet via de buitenlucht verloopt (bijvoorbeeld van het ene compartiment naar het andere binnen het ‘afgesloten’ gebouw).
De brandwerendheid van een scheidingsconstructie hoeft niet altijd gelijk te zijn aan de wbdbo. Aan een wbdbo-eis is bijvoorbeeld ook – geheel of gedeeltelijk – te voldoen door de afstand tussen ‘ruimten’ te vergroten.

WBDBO nader uitgelegd
De WBDBO is samengesteld uit drie deelaspecten: vlamdichtheid, stabiliteit en thermische isolatie.
NEN 6069 geeft voor elk van deze aspecten de criteria aan, welke overeenkomen met een bepaalde WBDBO. Met de volgende afbeeldingen zijn deze aspecten verder toegelicht.

WBDBO in beeld  

Uitgangspunt componenten WBDBO 
 Vlamdichtheid:
tijd dat zich geen vlammen aan de niet-blootgestelde zijde
van de wand verspreiden (voor scheidingselementen).  
 Stabiliteit:
tijd dat het element zijn dragende functie behoudt
(voor elementen met dragende functie). 
 
 Thermische isolatie:
tijd dat de temperatuur aan de niet-blootgestelde zijde
niet boven een bepaalde thermische drempel stijgt. 
 


Brandwerendheid versus WBDBO
Een wand, deur of vloer moet een bepaalde brandwerendheid hebben. Brandwerendheid en WBDBO zijn niet hetzelfde. WBDBO heeft betrekking op brandcompartimenten. Brandwerendheid gaat over delen van de constructie en betreft de tijd die een constructie (bijvoorbeeld een wand of deur) de brand tegen kan houden.

 


  1. Startpagina - Brandwerend
  2. Testen, normen en brandcertificaten
  3. Vaktermen
  4. Het kiezen van de juiste brandwerende platen

Deze website maakt gebruik van cookies. Door gebruik van onze website accepteert u deze cookies.Ok