Plaat van formaat richtlijnen


Transport en opslag

 


 


• Plaatmateriaal leg je in een onverwarmde en geventileerde opslagruimte waar wind, regen en zon er geen invloed op hebben
• Leg plaatmateriaal op pallets of op regels (hart op hartafstand 600 mm). Stapel je meer pakketten boven elkaar, leg dan balkjes tussen de pakketten recht boven elkaar. Op die manier blijven de platen recht (zie figuur 1)

Figuur 1

• Losse platen stapel je niet hoger dan circa 1 meter
• De zijkanten van plaatmateriaal leg je recht boven elkaar. Zo voorkom je dat het oppervlak verkleurt en hoeken en randen beschadigen • Je voorkomt krassen en beschadigingen door gecoate platen niet over elkaar te schuiven.

 

Op de bouwplaats


• Op de bouwplaats gebruik je een pallet of balkjes om plaatmateriaal op neer te leggen. Zorg in elk geval voor een droge, schone en vlakke ondergrond
• Leg het plaatmateriaal onder een zeil dat goed ventileert

 

Zo zaag je houtachtig plaatmateriaal


• Handzaag: gebruik een scherp, fijngetand zaagblad met minimaal 7 tanden per 25 mm
• Cirkelzaag: gebruik een scherp, fijngetand hardmetalen zaagblad en laat de zaagtanden 10 à 15 mm door het plaatoppervlak steken
• Bij decoratieve, voorbehandelde of Paintplaten kun je het beste een voorritser gebruik om te voorkomen dat je de coating beschadigt
• Zet de plaat tijdens het zagen goed vast omdat slechte ondersteuning de kans op een slechte zaagsnede vergroot.

Zo monteer je houtachtig plaatmateriaal


Zichtbare montage
• Voor houtachtige plaatmateriaal worden in de meeste gevallen spijkers, schroeven en nieten gebruik als bevestigingsmiddelen
• Als je het plaatmateriaal in een vochtige of buitenomgeving gebruikt, kies dan altijd voor RVS-schroeven
• Schroeven bieden een hoge trekvastheid
• Boor schroefgaten in de plaat voor. Gebruik daarvoor een diameter gelijk aan de steel van de schroef. Vervolgens kun je met een verzink of soevereinboor de schroefkop verzinken (zie figuur 2)

• Bij montage van volledig afgewerkte triplexplaten kan een Torx-schroef een goede optie zijn
• Je kunt beter niet handmatig nagelen omdat je dan het oppervlak mogelijkerwijs beschadigt

Schroefafstanden bij triplex
• Bij plaatdikten tot 12 mm houd je 400 mm afstand
• Bij plaatdikten vanaf 12 mm houd je 600 mm afstand
• Wanneer je gaat spijkeren of nieten de onderlinge afstanden met 50% verminderen
• Houd minimaal 15 mm afstand uit de hoeken
• Houd minimaal 10 mm afstand uit de randen

Lengte bevestigingsmiddelen
• Schroeven: 2.5 x de plaatdikte
• Spijkers: 3 tot 4 x de plaatdikte

Blinde montage
Er zijn zoveel combinaties van montagesystemen en plaatmaterialen, dat er geen eenduidig advies
over te geven is. Onze ervaren medewerkers adviseren je graag.

Afwerking
Laat je adviseren over het juiste verfsysteem door een verfl everancier voor een optimaal en duurzaam resultaat.


De toepassing van houtachtig plaatmateriaal aan de gevel

Bij gebruik buiten wordt plaatmateriaal blootgesteld aan wind, regen en zonlicht. Voor toepassing van plaatmateriaal aan de gevel gelden daarom aanvullende richtlijnen.


Voorbeeld van goed afronden, ventileren en dilateren van plaatmateriaal.

Ventilatie en dilatatie
• Maak altijd een regelwerk achter de platen. Op die manier zorg je voor voldoende ventilatie.
• Regelwerk breng je verticaal aan. Laat de situatie dat niet toe? Gebruik dan een dubbel regelwerk van verticaal achterhout met daarop horizontaal regelwerk. Gebruik voor regelwerk verduurzaamd hout of hout met duurzaamheidsklasse 1 of 2
• Zorg voor voldoende ventilatie aan boven én onderzijde van het geveldeel, (zie figuur 3)

Als plaatmateriaal onderdeel uitmaakt van gevelelement, moet het in het geheel voldoen aan de KVT’95 (uitgegeven door de Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten NBvT)
• Zorg altijd voor 10 mm tussenruimte tussen de platen
• Die 10 mm tussenruimte houd je ook aan voor de aansluiting met andere bouwdelen, bijvoorbeeld kozijnen. Door deze dilatatie kunnen de randen eenvoudig worden onderhouden en hebben de platen ruimte om iets te werken.
• Verwerk plaatmateriaal nooit in verstek. Een correcte hoekoplossing houdt rekening met dilatatie (zie fi guur 4).

Randafwerking
• Randen rond je af met minimaal R3 omdat de verfl aag dan in gelijke laagdikte dekt (zie figuur 5)

Randen schuin je aan de onderkant af waardoor vocht weggevoerd wordt naar de buitenkant en het niet in de verbinding kruipt (zie figuur 6)

Eventuele gaatjes (‘gaps’) in de randen vul je met een hiervoor ontwikkeld product
• Randen werk je af met een speciaal hiervoor ontwikkeld product. Dit breng je met een kwast op om voldoende laagdikte te krijgen. Volg verder het voorschrift van de fabrikant (zie figuur 7).
 

Deze website maakt gebruik van cookies. Door gebruik van onze website accepteert u deze cookies.Ok